Wat is discriminatie?

Discriminatie is het ongelijk behandelen en achterstellen van mensen op basis van kenmerken die er niet toe doen. Dan moet je denken aan afkomst, sekse, huidskleur, seksuele voorkeur, leeftijd, religie, handicap of chronische ziekte.

Is het maken van onderscheid altijd discriminatie? Niet alles is discriminatie. Er zijn allerlei situaties waarin het heel normaal is om onderscheid te maken tussen mensen. Iemand weigeren voor de functie van receptionist, omdat hij of zij de taal niet beheerst, is geen discriminatie. Iemand weigeren voor die functie, omdat hij of zij een donkere huidskleur heeft, is wel discriminatie. Discriminatie is dus niet het maken van onderscheid, maar van verboden onderscheid. Dat wil zeggen: onderscheid dat mensen in hun vrijheid beperkt, zonder dat daarvoor objectief gezien een goede reden is.

Heb je het gevoel gediscrimineerd te worden op één van de volgende gronden? Of twijfel je? Meld het ons. Ook als de discriminatiegrond of kenmerken van jouw persoonlijke ervaring er niet tussen staat.

Discriminatiegronden en voorbeelden

Leeftijd

In Nederland mag je leeftijd geen reden zijn om ongelijk behandeld te worden bij het zoeken naar of hebben van werk of bij het volgen van beroepsonderwijs.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van leeftijd:

  • Een bedrijf zoekt voor een vacature een ‘pas afgestudeerde’.
  • Een man wordt afgewezen voor een functie omdat hij te oud is.
  • Een vrijwilligersorganisatie beëindigt het vrijwilligerscontract van een vrijwilliger omdat deze tachtig jaar is geworden.
Seksuele gerichtheid

In Nederland mag je niet ongelijk worden behandeld vanwege je seksuele gerichtheid. Het feit dat je hetero- of homoseksueel bent, mag geen reden zijn voor onderscheid.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid:

  • Een man wordt op zijn werk door collega’s gepest omdat hij homo is.
  • Een werkgever verleent een lesbisch paar geen verlof voor partnerregistratie.
  • Een homostel wordt niet toegelaten op de camping omdat het een familiecamping is.
Godsdienst en levensovertuiging

In Nederland ben je vrij om te geloven wat je wilt. Het hebben van een bepaald geloof of een bepaalde levensovertuiging mag geen reden zijn om uitgesloten te worden van bijvoorbeeld werk of onderwijs.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van godsdienst of levensovertuiging:

  • Een moslima mag geen hoofddoek dragen op het werk.
  • Een christen kan op zondag niet meedoen aan het toelatingsexamen voor een studie en kan daardoor niet met de studie starten.
  • Een joodse man wordt op straat uitgescholden vanwege het dragen van een keppeltje.
Ras

In Nederland mag je huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming geen reden zijn voor ongelijke behandeling.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van ras:

  • Een jongen wordt door de portier van een discotheek geweigerd omdat hij een donkere huidskleur heeft.
  • Een allochtone werknemer krijgt op het werk geen kans om promotie te maken omdat autochtone collega’s voorrang krijgen.
  • Een vrouw kan geen verzekering afsluiten omdat zij Roma is.
Geslacht

In Nederland zijn mannen en vrouwen aan elkaar gelijk. De grond geslacht beschermt vrouwen en mannen tegen ongelijke behandeling. Omdat alleen vrouwen zwanger kunnen worden, vallen zwangerschap, ouderschapsverlof en dergelijke ook onder de grond geslacht.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van geslacht:

  • Het arbeidscontract van een werkneemster wordt niet verlengd omdat zij zwanger is.
  • In de krant verschijnt een vacature waarin wordt gezocht naar een mannelijke werknemer.
  • Een werkneemster verdient een aanzienlijk lager salaris dan een mannelijke collega die hetzelfde werk verricht.
Nationaliteit

In Nederland mag je niet ongelijk worden behandeld vanwege de nationaliteit die in je paspoort staat. Ook je zogeheten status (soort verblijfsvergunning) valt onder de grond nationaliteit.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van nationaliteit:

  • Een buitenlandse seizoenswerker verdient minder dan zijn Nederlandse collega’s die hetzelfde werk verrichten.
  • Een bank weigert een echtpaar een hypotheek te geven omdat de vrouw een tijdelijke verblijfsvergunning heeft.
  • Een werkgever wijst een sollicitant af omdat deze een niet-Nederlandse nationaliteit heeft.
Handicap of chronische ziekte

In Nederland mag je geen nadeel ondervinden van je handicap of chronische ziekte bij het zoeken naar of hebben van werk of bij het volgen van onderwijs.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte:

  • Een uitzendorganisatie weigert een intakegesprek met een dove man vanwege zijn handicap.
  • Een werkgever weigert een sollicitant aan te nemen omdat deze een WAO-uitkering heeft.
  • Een leerling met een handicap kan een opleiding niet volgen omdat de school geen medewerking verleent voor het doen van aanpassingen.
Politieke overtuiging

In Nederland mag je politieke overtuiging geen reden zijn voor ongelijke behandeling op het gebied van werk, onderwijs en het afnemen van goederen en diensten.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van politieke overtuiging:

  • Een werkneemster wordt ontslagen vanwege haar mening in een politieke discussie, die anders was dan die van haar werkgever.
  • Een politieke partij kan geen rekening openen bij een bank omdat de bank de activiteiten van de partij beschouwt als maatschappelijk niet aanvaardbaar.
Burgerlijke staat

In Nederland mag je burgerlijke staat (gehuwd, ongehuwd, samenlevings- contract, geregistreerd partnerschap, gescheiden of wettig of onwettig kind) of leefsituatie (alleenstaande) geen reden zijn voor ongelijke behandeling.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van burgerlijke staat:

  • Een werkneemster krijgt van haar werkgever geen extra verlofdagen voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap, terwijl collega’s dat wel krijgen als ze gaan trouwen.
  • Alleenstaanden betalen een hogere lidmaatschapscontributie dan (echt)paren per persoon zijn verschuldigd.
  • Twee studenten mogen hun theologieopleiding niet voortzetten omdat zij ongehuwd samenwonen.
Soort contract (vast of tijdelijk)

In Nederland mag het feit dat je een vast of tijdelijk contract hebt, geen reden zijn voor ongelijke behandeling op het gebied van arbeidsvoorwaarden.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van soort contract:

  • Een werknemer met een tijdelijk contract wordt uitgesloten van senioren- en afbouwregelingen, pensioenregelingen en vakantieregelingen.
  • Een werknemer met een tijdelijk contract krijgt » in tegenstelling tot collega’s met een vaste aanstelling » geen dertiende maand uitgekeerd.
  • Een tijdelijke werknemer krijgt in januari niet de jaarlijkse loonsverhoging toegekend.
Arbeidsduur (fulltime of parttime werk)

In Nederland mag het feit dat je een parttime of fulltime dienstverband hebt, geen reden zijn voor ongelijke behandeling op het gebied van arbeidsvoorwaarden en beloning.

Enkele voorbeelden waarbij sprake kan zijn van discriminatie op grond van arbeidsduur:

  • Bij een bepaald bedrijf komen alleen werknemers die meer dan 32 uur per week werken in aanmerking voor de seniorenregeling, waarbij zij vanaf een bepaalde leeftijd minder mogen gaan werken met behoud van loon.
  • Een parttimer moet meer dienstjaren werken om voor dezelfde, automatische loonsverhoging in aanmerking te komen als een fulltimer.
  • Een parttimer ontvangt een lager uurloon dan zijn fulltime collega die dezelfde werkzaamheden verricht.